Het verloop van de bevalling

Iedere bevalling verloopt uniek. Het is moeilijk te voorspellen wat je kunt verwachten. Wel kunnen we een aantal dingen uitleggen.

De uitgerekende datum is slechts een richtlijn, eigenlijk kunnen we beter spreken van een uitgerekende periode. Het is volkomen normaal om te bevallen tussen 37 en 42 weken. Voor de 37 weken spreken we pas echt van een te vroege bevalling en pas na 42 weken ben je echt 'overtijd'. Slechts 4% van de vrouwen bevalt op deze datum. De meeste kinderen worden geboren tussen 40 en 41 weken. Bij 41 weken is 81.9% van alle zwangeren bevallen. Tussen 41 en 42 weken bevalt nog eens 16.7%.
 
Voorafgaand aan de bevalling kunnen de volgende symptomen zich voordoen: 

Harde buiken
Dit zijn samentrekkingen van de baarmoeder die niet pijnlijk zijn. Ze komen niet met regelmaat en nemen af bij rust. Ze kunnen wel ongemakkelijk zijn. Vaak zijn ze gerelateerd aan drukte, zowel geestelijk als lichamelijk. Ook kan een blaasontsteking de oorzaak zijn. Harde buiken komen aan het einde van de zwangerschap vaker voor en kunnen geen kwaad. Wanneer deze harde buiken niet afnemen met rust is het advies om je urine te laten controleren op een blaasontsteking. Dit gebeurt bij de huisarts

Voorweeën
Dit zijn pijnlijke samentrekkingen van de baarmoeder die met name aan het einde van de zwangerschap voorkomen. Ze zijn kort van duur, zo'n 20-30 seconden en kunnen wel een paar uur aanhouden. Dit gebeurt vooral ´s nachts. Deze voorweeën zorgen niet voor ontsluiting, maar wel voor het soepel en weker worden van de baarmoedermond.

Indalingsweeën
Dit zijn steken laag in de onderbuik of in de vagina. Ze zorgen ervoor dat het kindje gaat indalen of nog wat dieper in het bekken komt. Niet iedereen krijgt hiermee te maken. Zeker wanneer het niet meer het eerste kindje is kan het ook zijn dat het hoofdje pas gaat indalen tijdens de bevalling. 

De bevalling begint in 9 van de 10 gevallen met het starten van de weeën. Weeën zijn samentrekkingen van de baarmoeder en zijn voelbaar in de buik,de  rug en soms in de bovenbenen. Het is een pijn die als een golf opkomt en na ongeveer 1 tot 1,5 minuut weer weggaat en in het verloop van de tijd steeds heviger wordt. 1 op de 10 bevallingen dient zich aan door het breken van de vliezen.

De bevalling is pas echt begonnen wanneer de weeën elke 5 minuten komen en flink doorzetten. Het kan zijn dat u wat helder of bloederig slijm verliest, dit is afkomstig van de slijmprop die de baarmoedermond afsluit. Dit kan gebeuren in de gehele uitgerekende periode en zegt weinig over wanneer de bevalling zal beginnen. Ook als de weeën zijn begonnen kun je de slijmprop verliezen.

De eerste fase van de bevalling wordt de latente fase genoemd. Deze weeën zorgen ervoor dat de baarmoedermond soepel en week wordt. Daarnaast wordt de baarmoedermond steeds korter en verdwijnt zelfs helemaal. Ook krijg je op deze weeën de eerste 3 cm ontsluiting.

Daarna ga je de actieve fase in. In deze fase komen de weeën zeer regelmatig, ongeveer om de 3 minuten, en duren 60 seconden. Met deze weeën bereik je de 10 cm ontsluiting en dit gaat gemiddeld met 1 cm per uur. Bij een tweede kindje of meer gaat dit vaak sneller.

Wanneer je 10 cm ontsluiting hebt bereikt zit het hoofdje vaak zo diep dat het op de anus drukt. Dit veroorzaakt persdrang. Het lukt niet meer om de weeën weg te zuchten, en je lijf wil mee persen. Je gaat nu de laatste fase van de bevalling in. Voor een eerste kindje moet je gemiddeld 1 a 1,5  uur persen. Bij een tweede kindje of meer gaat dit sneller.